Protocol
Urineonderzoek
terug naar medisch handelen - index
Datum laatste herziening
16 december 2016
terug naar protocollenindex
Eindverantwoordelijke
alle assistentes


Doel werkinstructie

Plasklachten horen tot de meest voorkomende klachten in de huisartsenpraktijk, waarbij urineweginfecties vaak de oorzaak zijn. Patiënten hoeven hiervoor meestal niet het spreekuur te bezoeken; onderzoek van de urine door de assistente volstaat vaak. Voorwaarde daarbij is wel dat de urine op de juiste wijze is bewaard.

Verklaring termen

Weefselinfasie
In de NHG-standaard urineweginfecties 2013 wordt gebruik gemaakt van de term weefselinfasie. Er zijn tekenen van weefselinfasie bij koorts, rillingen, algemeen ziek zijn, flank- of perineumpijn, acute (toename van) verwardheid/delier.
Risicogroep
Tot de risicogroep behoren mannen, zwangeren, kinderen jonger dan 12 jaar, patiënten met Diabetes Mellitus, patiënten met afwijkingen aan nieren of urinewegen, patiënten met een verblijfskatheter en patiënten met een verminderde weerstand.

Werkinstructie

Taken assistente
  • Het aannemen van de urine, met controle of de naam op het potje is geschreven
  • In laten vullen het vragenformulier, waarop de klachten van patiënten worden uitgevraagd
  • Navraag naar het tijdstip van de urineproductie (dus hoe lang bewaard; onderzoek binnen 2 uur, of indien in de koelkast bewaard binnen 24 uur) en hoelang de plaspauze daarvoor was. Een plaspauze van 2 uren is het minimum voor een betrouwbare nitriettest. Dit omdat bacteriën, indien aanwezig, de tijd moeten hebben om te kunnen vermenigvuldigen en zodoende nitriet af te geven.
  • Plan afspraak op spreekuur huisarts voor:
    • vrouwen met recidiverende urineweginfecties (3 of meer per jaar)
    • mannen
    • koorts of andere tekenen van weefselinfasie
    • kinderen <12 jr.
    • patiënten bij wie het afnemen van een (betrouwbare anamnese niet mogelijk is)
Wanneer een patiënt op het spreekuur komt in verband met een urine- of blaasprobleem, wordt standaard de urine gecontroleerd. Na het invullen van het briefje, krijgt de patiënt deze mee om aan de huisarts te geven tijdens het consult.
stroomschema 1.jpg

stroomschema 2.jpg
  • Urine wordt onderzocht met een nitriettest (combur-2). De urine wordt bewaard tot na het overleg met de huisarts om eventueel aanvullend onderzoek te kunnen verrichten (zoals inzetten kweek).
    • Indien positief: diagnose urineweginfectie bevestigd
    • indien negatief: dipslide (uricult) inzetten (zie uitvoer dipslide)
  • Uitleg aan patiënt dat de uitslag van het urineonderzoek na overleg met de huisarts opgevraagd kan worden. Meestal dus na het ochtendoverleg
  • Invoer van de gegevens in Promedico (zie verder)
  • Conform protocol wordt het behandeladvies alvast uitgewerkt, door het aanmaken van een recept, welke geautoriseerd wordt door de huisarts. De bevindingen worden via de assistentenmodule met de huisarts overlegd.
  • Declaratie consult (C) en eventueel dipslide (DIP)
NB bij het aflezen van de dipslide geen nieuwe declaratie, deze activiteit past in hetzelfde consult. Dat geldt ook voor het mededelen van de uitslag.

Uitvoer dipslide
Het onderzoeksmedium ongeveer een seconde blootstellen aan de urine.
– Vermeld de naam, geboortedatum en tijdstip van inzetten dipslide op het etiket.
– Aflezen van uricult (na 24 uur op kamertemperatuur) op de volgende werkdag inplannen in Promedico agenda. De uricult kan ook voor het weekend ingezet worden op kamertemperatuur. De uricult moet dan op maandag worden afgelezen.
– >104 kolonievormende eenheden per ml urine op dipslide is positief; mengflora duidt op contaminatie.
    • Indien positief: diagnose urineweginfectie
    • Indien negatief: geen infectie, eventueel consult

Sediment
In onze praktijk wordt geen gebruik gemaakt van het urinesediment; hiervoor zijn de materialen niet aanwezig.

Kweek en resistentiebepaling
Een kweek wordt altijd ingezet bij tekenen van weefselinfasie, bij patiënten uit de risicogroep of bij twee blind ingezette behandelingen zonder effect.
Bij een kweek op dezelfde dag wordt de urine gebruikt die al door de patiënt gebracht is en door ons in de koelkast is geplaatst. Wordt de kweek de dag erna nog gemaakt, dan is het in overleg met de patiënt. Als de patiënte de urine voor de middag brengt, wordt dit door het lab rond 13 uur meegenomen. De patiënt kan het kweekmateriaal ook zelf wegbrengen.
NB controle van het laboratoriumformulier en patiëntgegevens op het etiket. Er moeten altijd klinische gegevens worden ingevuld op het formulier.



Controle na kuur
Voor de meeste patiënten geldt dat er geen controle plaats vindt van de urine bij het beëindigen van de kuur. Controle is alleen nodig als de klachten niet verdwenen zijn. Bij voorkeur 3-5 dagen na de AB-kuur.

Behandeladvies
Patiënten worden conform de NHG-standaard behandeld. De meeste patiënten worden behandeld met het middel nitrofurantoïne (2xdgs100mg MGA of 4xdgs50mg). Hierbij geldt vanzelfsprekend de uitzonderingen in verband met overgevoeligheid voor genoemde middelen: dan overleg met huisarts via de assistentenmodule.
Bij zwangeren, kinderen, recidief en > dan 3 urineweginfecties binnen een jaar altijd overleg met huisarts: plaatsen in overlegmodule Promedico; afhandeling door huisarts.
Bij (heftige) typische klachten en negatieve nitriettest kan (als patiënt daarom verzoekt) gestart worden met behandeling, in afwachting van dipslide.


Indien uit de urine van een zwangere vrouw een groep-B-streptokok (GBS) wordt geïsoleerd, bestaat er – ongeacht het resultaat van de behandeling en de zwangerschapsduur – een indicatie voor intraveneuze antibiotische profylaxe tijdens de partus, ter voorkoming van een GBS-infectie bij de neonaat. Stel de verloskundig hulpverlener op de hoogte als in de urine van een zwangere een GBS is gevonden.


Voor patiënten uit stroomdiagram 1 is het mogelijk om een afwachtend beleid te voeren. Vaak is een blaasontsteking in principe onschuldig en kan binnen één week genezen. Advies om ruim te drinken en zo nodig pijnstilling. Eventueel een uitgesteld antibioticumrecept. Verwijs naar thuisarts.nl



Invoer in Promedico
- Invoer gegevens volgens SOEP.
- Klachten invoeren op S-regel.
- Alle uitslagen worden ingevoerd als meetwaarde in Promedico.

(De uitslag van een dipslide wordt toegevoegd aan de bestaande uitslag van de nitriet test (openen deelcontact van de vorige dag).)

- E-regel: indien test negatief: Episode aanmaken op klachtniveau:
  • U01 pijnlijke mictie
  • U02 frequente mictie/aandrang
  • U04 urine incontinentie
  • U05 andere mictieproblemen

indien test positief:Episode aanmaken op diagnose niveau:
  • U70 acute pyelonefritis/pyelitis (= “gecompliceerde UWI”)
  • U7l cystitis/urineweginfecties NAO

NB: indien dipslide positief blijkt; episode titel wijzigen door nieuwe ICPC toe te voegen!

- P-regel: Indien diagnose urineweginfectie wordt gesteld, kan recept worden gemaakt en voorgelegd aan de huisarts:

Gebruik hiervoor de prescriptor! Daarmee worden belangrijke contra-indicaties en risicogroepen helder en wordt direct het correcte behandeladvies gegeven (bijvoorbeeld 7 dagen nitrofurantoïne bij een diabetes patiënt, in plaats van 5 dagen).

klik op Prescriptor (NB vanuit een consult met juiste ICPC code zoals bovenvermeld):
prescriptor.jpg
Selecteer relevante keuze
prescriptor_keuze.jpg
Vink voorgestelde medicatie aan en klik op Opslaan
prescriptor_keuze_2.jpg
Verdere afhandeling conform aanvraag herhaalmedicatie.